In een poging onze positie te bepalen binnen de veelkleurige kerkelijke kaart van Nederland hebben wij de volgende ‘geloofsbelijdenis’ verwoord. We beseffen dat het hier toegepaste taalgebruik enigszins afwijkt van onze spreektaal, maar we menen toch hiermee uitdrukking te geven aan onze geloofsovertuiging.

Wij geloven:

  • De goddelijke inspiratie van de canonieke boeken van de Bijbel en daaruit voortvloeiend haar betrouwbaarheid en hoogste gezag in alle zaken van geloof en leven;
  • De eenheid van God, van eeuwigheid bestaande in drie Personen: God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest;
  • De soevereiniteit van God de Vader in schepping, voorzienigheid, openbaring en voleinding; In God de Zoon, van eeuwigheid door de Vader voortgebracht; de beloofde Verlosser, God in het vlees geopenbaard, namelijk onze Here Jezus Christus; geboren uit de maagd Maria, zijn zondeloos leven, zijn wonderen, zijn plaatsvervangend en verzoenend lijden en sterven, zijn lichamelijke opstanding en hemelvaart, zijn werk als Middelaar en zijn persoonlijke wederkomst in macht en heerlijkheid;
  • In God de Heilige Geest, die met de Vader en de Zoon waarachtig God is en van de Vader en de Zoon uitgaat; die het verstand verlicht, die door het geloof deel geeft aan Christus, de wedergeboorte bewerkt en in de gelovige woont, waardoor deze geheiligd wordt en in staat gesteld wordt in de heiliging toe te nemen door zich door de Heilige Geest te laten leiden, te getuigen van en te werken voor de Here Jezus Christus door zijn liefde in deze wereld uit te stralen;
  • De universele en algehele zondigheid en schuld van de gevallen mens, wat hem onderworpen doet zijn aan Gods toorn en veroordeling;
  • De verlossing van de zondaar door het vergoten bloed van Jezus Christus, Gods Zoon en zijn rechtvaardiging uit enkel genade – niet door werken, maar door het geloof in Christus als Heer en Heiland;
  • In de verlossing, die er in Christus Jezus is voor alle mensen en het delen in die verlossing van hen die zich bekeren tot Hem en die in Hem geloven; in het zichtbaar worden van het werk der wedergeboorte door de Heilige Geest in hen die geloven en zich bekeren; in de aanneming tot kinderen Gods van alle gelovigen en het deelhebben aan het eeuwige leven;
  • In het priesterschap van alle gelovigen, die tezamen de universele gemeente vormen namelijk het lichaam van Christus, waarvan Hij het Hoofd is en waarvan zij de leden zijn, die onderling als leden van datzelfde lichaam zorg voor elkaar te dragen hebben, en welke gemeente naar het bevel van Christus het Evangelie in de gehele wereld moet verkondigen;
  • In de lichamelijke opstanding van de Here Jezus Christus en zijn verheffing aan de rechterhand van zijn Vader, welke de garantie is voor de opstanding van alle ware gelovigen met een verheerlijkt lichaam;
  • De opwekking van alle reeds gestorven gelovigen en het veranderd worden van alle dan nog levende gelovigen, welke tezamen in een punt des tijds weggevoerd zullen worden, de Here tegemoet in de lucht;
  • De opstanding van alle ongelovigen en verschijning voor de rechterstoel van Christus om geoordeeld te worden naar hun werken; De eeuwige verlorenheid van allen die in de Here Jezus Christus niet geloven en zijn bloed versmaad en veracht hebben, die tot ! straf zullen lijden het eeuwig verderf, weg van het aangezicht des Heren en van de heerlijkheid zijner sterkte;
  • De eeuwige zaligheid van allen die in de Here Jezus Christus geloven en zich met een oprecht hart tot God bekeren, welke zaligheid beleefd zal worden naar ziel, geest en lichaam tot in alle eeuwigheid;
  • De beide instellingen, die de Here Jezus Christus aan zijn gemeente heeft gegeven, namelijk de doop door onderdompeling van gelovigen, en het avondmaal;
  • In de gaven van de Heilige Geest in en aan de gemeente, welke gaven in en door de gemeente bediend behoren te worden tot welzijn van allen door de vrucht van de Heilige Geest, namelijk de liefde, en dat hierin het rechte functioneren van het lidmaatschap der gelovigen zichtbaar wordt. De diepe waarheid van het hierboven beledene brengt met zich mee dat de absolute noodzaak van bekering en geloof voor een ieder onverzwakt gehandhaafd en op het hart gebonden moet worden.